Heb je dat ook wel eens, dat je niet weet waar je over moet praten? Als je naast iemand in de auto zit, tegenover iemand in een restaurant of een praatje wilt maken met je medewerker? Op een netwerkmeeting iemand aan wilt preken die je niet kent? Of als je zelf wordt aangesproken, je niet goed weet wat nu terug te zeggen? Het kan daarentegen ook gebeuren dat jij wél in staat bent een gesprek te voeren, maar dat je de ander verveeld rond ziet kijken. Dan praat je wel, maar heb je geen contact.

Vragen stellen

Eigenlijk is dit heel gemakkelijk op te lossen; je hoeft helemaal niet te praten! Je wordt een enorm boeiende gesprekspartner wanneer je vooral vragen stelt aan de ander. Niet ondervragend maar belangstellend. Laat jouw belangstelling vooral ook blijken uit je lichaamstaal. Zoals een vriendelijk gezicht dat af en toe ‘ja’ knikt bijvoorbeeld.

Welke vragen

Stel daarbij vooral open vragen. Dat zijn vragen waarop men antwoorden geeft die een open einde kennen en over het algemeen niet met een ja of nee beantwoord kunnen worden. Bij een ja- of nee-antwoord ben je immers snel uitgepraat en weet je nog steeds niet zoveel van de ander. Een vraag waarop men ja of nee zegt is een gesloten vraag waardoor het gesprek een beetje oppervlakkig blijft. Stel dus open vragen. Een hulpmiddel daarbij is om de vraag te beginnen met een van de 6 W’s en 1 H: Wie, Wat, Waar, Welke, Waarom, Wanneer, Hoe.

Welk onderwerp

Na een van deze 7 beginwoorden heb je nog een onderwerp nodig waar je de vragen over stelt. Dat doe je over ‘BOF’. Dit is een ankerwoord of acroniem waardoor je makkelijker kunt onthouden waar dit woord voor staat:

Beroep, Ontspanning, Familie

Dit zijn de belangrijkste onderwerpen waar een ieder graag over praat. In combinatie met open vragen zul je merken dat de ander makkelijk antwoord en jou enorm waardeert vanwege jouw belangstelling in deze onderwerpen. De BOF-onderwerpen zijn veel leuker te beantwoorden en getuigen van echte belangstelling dan een standaard praatje aanknopen over het weer.

Doorvragen

Als men jouw open vraag over BOF beantwoordt, is het een goede zaak er een paar keer over door te vragen. Op die manier blijf je niet oppervlakkig en breng je het gesprek op gang. Bijvoorbeeld de eerste vraag: ‘Wat voor werk doe jij eigenlijk?’ of; ‘Hoe is het op je werk?’. En dan na het antwoord een doorvraag: ‘En wat vind je daar nou het leukste aan’? Na dat antwoord nog een doorvraag: ‘Okay, kun je me daar een voorbeeld van geven?’ Vervolgens zou je op het antwoord kunnen reageren, mits gemeend: ‘Leuk joh, ja dat kan ik me levendig voorstellen! Hoe ben je daar zo ingerold?’ Je zult zien dat de ander het heel plezierig vind dat je zoveel belangstelling toont. Het kan zelfs gebeuren dat men jou bedankt voor het prettige gesprek, terwijl de ander veel meer aan het woord is geweest dan jij. Dan weet je dat je het goed hebt gedaan.

Als de ander jou een vraag stelt is dat eveneens een mooie gespreksopening; dan hoef jij immers niet te beginnen. Desondanks adviseer ik je om de vraag wel te beantwoorden, maar vervolgens toch zelf ook vragen te stellen en door te vragen.

Luisteren

Voor een goed gesprek is het wel heel belangrijk dat je goed kunt luisteren. Dus niet door de ander heen te kletsen en dus maar half te luisteren. Of ongeïnteresseerd te kijken bijvoorbeeld. Ergerniswekkend is het als je het antwoord overneemt. Bijvoorbeeld je informeert naar iemands gezondheid. Men zegt: ‘Ik heb veel hoofdpijn de laatste tijd.’ Waarop jij zegt: ‘Oh man, hou op, dat heb ik ook vaak. Vooral wanneer mijn baas weer eens heeft lopen pushen om m’n werk eerder af te hebben.’  Men doet dit vaak om als het ware ergens samen over eens te zijn, maar je hebt intussen wel het gesprek overgenomen. Beter bemoedig je ander te praten door: ‘Ach joh, wat vervelend! Wanneer heb je die pijn dan?’ Probeer dit hier of daar eens uit. Dan word je er steeds beter in!

Veel plezier en succes met jouw (door)vragen op de BOF!

Arjan Koopmans